13. sep, 2015

Verbazing

Verandering van spijs doet eten zegt men. Veranderingen in de de duivensport stuiten bijna altijd op veel onbegrip en verbazing. Wil je iets veranderen in een vliegprogramma of een nieuwe berekening van de snelheid van de duiven dan is dat onbekend terrein en daar houden de duivenmelkers niet zo van. Ze houden liever vast aan het oude systeem met hetzelfde kliekje. Het is ook te begrijpen als je naar de gemiddelde achtergrond van de duivenmelker kijkt en daar is niets mis mee. Ik ervaar dit nu zelf ook bij een vereniging. Ik word nu door eerdere medestanders volledig uitgekotst, omdat ik wel de stap maak. Een bericht op facebook en je wordt bestookt met haatmails en haatapps. Weet ik ook eens hoe mijn vader zich moet voelen in zijn positie. Ach uiteindelijk gaat het om de kampioenschappen, het presteren met de duiven en vooruit de gezelligheid van een club. Laten we het maar weer eens over duiven hebben, hopelijk mag ik daar wel iets van vinden. Ik begin zowaar een steeds mooiere opbouw van mijn vlieghok te krijgen. Waren dit jaar mijn oudste duiven drie jaar, volgend jaar zijn ze al vier jaar en dan mag ik ook over ervaren vliegers spreken. Ben dit jaar begonnen met acht duiven van 2012 en daar waren er tot de laatste Bergerac ook anog steeds acht van over. Keiharde bikkels die niks geven om 30+ graden of een harde noordenwind. Ik zie ze als mijn strohalmen en verdeel ze dan ook zoveel mogelijk over het vliegprogramma zodat ik altijd een duif van 2012 in de strijd heb. Deze acht zijn namelijk niet zomaar overgebleven, deze acht kunnen het. Na Bergerac was dit aantal geslonken naar zes ervaren duiven doordat er natuurlijk ook wel eens een duif verongelukt. Deze duiven verdwalen niet, maar sterven op het veld van eer. Het hele jaar door moest ik het hebben van de ervaren duiven uit 2012 en gelukkig weer een paar uitblinkers van 2013(de nieuwe aanwas). Kreeg ik op Bergerac ineens een jaarling voorop. Zij vloog een 24e in de afdeling en ik wil haar graag voorstellen. Het is de 14-1402113 en dit is een dochter uit de 13-1592505 en de 13-1592508. De "113" vloog twee uit twee dit jaar op Aurillac en de laatste Bergerac. Pittige vluchten en twee keer prijs, dat wordt er weer 1!! Haar moeder is mijn grootste talent uit 2013 en komt uit mijn superkoppel(664-Dirk-10eNPO Orange en de 899-38enat Orange). De "505" liet zich dit jaar als tweejarige geweldig zien en vloog drie keer prijs van vier keer zetten. Alleen de eerste Limoges zat ze mis, maar kwam in de stromende regen thuis en is dus een doorzetter. Ze heeft een geweldig karakter en is keihard voor zichzelf. Haar nestmaat de "504" is talentje nummer twee en vloog drie uit drie op St.Vincent/Orange en Bergerac. Hij kwam van Bergerac 's avonds om 20.15 uur thuis en mankeerde niets, wat een doorzetter. Dit soort duiven zijn rijp voor Barcelona, maar waarschijnlijk wordt het volgend jaar gewoon weer St.Vincent. Vader is de "508" en deze doffer vliegt totaal geen prijs!! Hij komt echter uit Hodor x dochter superkoppel 664 en 899. Deze doffer heeft hoogstwaarschijnlijk een geweldige kweekwaarde, maar niet het talent om thuis te komen op tijd. Geeft niets, kwekers kan ik wel gebruiken. De nestmaat van de 113 vloog net geen prijs op de zware Aurillac als jaarling zijnde. In 2015 heb ik zes jongen uit dit koppel gekweekt en ze zien er weer prachtig uit. Het geeft een duivenmelker hoop voor de toekomst. Ik heb dit jaar op advies van Beute echt gekeken naar de kweekwaarde van duiven en gepoogd alleen lichamelijk goede duiven te kweken en dan maar hopen dat ze slim zijn. Het verstand dat kan ik niet zien, maar een goed gebouwde duif is al stap 1. Ik moet het nog zien, maar heb nog geen jonge duif verspeeld op vier vluchten, ze komen makkelijk thuis. Toeval of goed beleid?? Zegt U het maar....