3. jan, 2016

Een nieuw jaar, nieuwe ronde, nieuwe kansen en blablabla.

1 januari en iedereen heeft het weer over nieuwe kansen en nieuwe rondes, mensen wensen elkaar weer het allerbeste terwijl ze niet eens hoi kunnen zeggen op straat. Maar via Facebook kunnen we lekker op een afstandje blijven en lekker net doen alsof we iedereen het beste wensen en iedereen alles gunnen. Maar wat wordt er ondertussen lekker gezeken achter de geraniums of andere plantjes die in de venterbanken staan. Prachtig vind ik dat altijd om te lezen. Ik doe dan ook niet mee aan die flauwekul en doe het alleen net als vroeger in real life, op een eenmalige uitzondering na(te ver weg). Enge woorden voor de meeste mensen, maar het kan echt hoor iemand een hand schudden en zeggen: “de beste wensen voor het nieuwe jaar”. Wat een onzin ook om vanaf 1 januari ineens te kunnen stoppen met roken, omdat het zo hoort. Ik zou het lekker op 15 september doen als ik nog rookte.

Genoeg over 1 januari, laten we lekker over duiven praten. Mijn jaarlingen worden zo langzamerhand toch echt heel erg verliefd op elkaar en beginnen te koppelen. Ik zie dit toch liever niet en zal deze week dan ook de geslachten gaan scheiden. Vorig jaar heb ik het rond de kerstdagen gedaan en dit jaar dus een week of twee later. Ik volg in dat soort dingen altijd mijn gevoel en ik heb nu het gevoel dat het beter voor de duiven en voor mij is om ze bij elkaar weg te halen. De jonge doffers kunnen dan proberen een bak te bemachtigen en dat is weer makkelijk voor het koppelen voor de vluchten zo rond Koningsdag. De duivinnen hoeven dan alleen nog maar de doffer te volgen naar de nestbak en daar hebben ze niet zo’n moeite mee. Heb ik geen voorkoppelen voor nodig, dat vind ik zo’n onzin.

Onlangs heb ik nog een aantal duiven uitgeselecteerd die niet zelf goed genoeg gezond konden blijven in de omstandigheden waarin mijn duiven zitten. De rest van de groep kan het wel en dan kun je geen uitzonderingen maken en moeten ze het veld ruimen. Ik geef ze wel altijd een aantal dagen de kans om hun vieze neusdop of iets dergelijks te overwinnen. Zo had ik een laat jong die er niet fris bij zat een aantal dagen, maar weer volledig zelfstandig is opgeknapt en zich nu lekker begint te bemoeien met de bovenste plankjes in het hok. Een duifje om in de gaten te houden voor de toekomst.

Ik heb besloten om naast mijn twintig bakken die ik in het vlieghok heb, een drietal dozen bij te voegen op de grond. Lijkt me ten eerste erg gezellig en zo kan ik nog drie extra koppels houden en heb ik meteen een hoek in het hok bezet waar ik altijd slecht bij kan. Als ik dan de duiven moet pakken voor een lapvluchtje zitten ze allemaal in die hoek en daar heb ik nogal een hekel aan.

Afgelopen week nog een prachtige oude duivenfilm gezien over meneer Hofman en zijn ogentheorie. Een theorie waar ik ook altijd mee bezig ben voor het kweken. Noem het onzin, noem het kolder, ik vind het belangrijk om dit mee te laten wegen en ik zou mezelf niet zijn als ik daar dan niet volledig in op ging. Het is natuurlijk altijd het makkelijkste om te zeggen dat iets onzin is en je er zo ook wel komt, mag van mij hoor. Ik heb gewoon andere ideeën over deze theorie. Duivenmelkers refereren altijd aan de keren dat iets niet klopt en vinden dat geweldig. Het gaat echter niet alleen om het oog, dat is wat je altijd goed moet onthouden. Alles moet kloppen aan de duif en zelfs dan zit er nog meer dan 50% bij dat te dom is om vanuit Bergerac naar huis te komen. Je moet echter met de absolute top van je hok verder en de kansen vergroten. Duivensport is puur kansberekening en bij kansberekening komen altijd dezelfde kampioenen boven drijven. Er zijn altijd factoren W(gezondheid) en factoren R(andere invloeden van buitenaf) die een berekening kunnen beïnvloeden, maar de kampioenen blijven de kampioenen omdat zij dat snappen. Zij begrijpen dat je je kansen moet vergroten en zij begrijpen hoe je dat doet. Tot volgende week!