22. mei, 2016

ZIjn we er nu al?

Het is weer zondag en gisteren hadden we een vlucht vanuit Quiévrain. Een slordige 345 kilometer voor mij en ik heb de hele ploeg ingekorfd na een week rust te hebben gehad. Ik had nog het plan om ze tussentijds op een 70 kilometer af te richten, maar heb daar vanaf gezien. Het was de generale voor Limoges, alhoewel de generale, laten we zeggen een laatste testvlucht. Het werd een veel te gemakkelijke vlucht met hoge snelheden tot 1940 mpm voor de eerste in het concours. Ik had maar 1 eis op deze vlucht en dat was zo vlot mogelijk achter elkaar komen. Het werden typische overnachtduiven aankomsten op een te makkelijke vlucht. Een aantal uitschieters en een kwartier na de eerste uitschieter komt bijna de gehele ploeg binnen een kwartier thuis. Die zullen wel gedacht hebben: “Zijn we er nu al?”  Dit was precies wat ik nodig had om het vertrouwen in mijn systeem en mijn duiven terug te krijgen. Zoals ik vorige week al zei dat ik het vertrouwen en het goede gevoel kwijt was, toen ik vandaag door de hokken liep voelde ik me als herboren. Ik heb verschillende duifjes in de handen gepakt en ja hoor ze waren zo mooi rond geworden, daar word je blij van.

Voor Limoges probeer ik een tweetal trucjes uit te halen met een aantal duiven, ik zal u volgende week vertellen wat ik gedaan heb en zal dan ook vertellen om welke ringnummers het gaat en u kunt dan meekijken of die inderdaad iet speciaals doen op Limoges. Ik vraag het me af, maar probeer toch iets. Ik probeer altijd een aantal verschillende standen te bedenken voor elke vlucht, al valt dat niet altijd mee. Zo heb ik voor St.Vincent bijvoorbeeld een koppel op een groot jong bij inkorving en een tweetal koppels die op 14 dagen broeden naar St.Vincent gaan. Ik denk dat het lezen van de duiven daarbij zeer van belang is, ook tijdens de training kun je wel zien welke duiven het meest gemotiveerd zijn op hun nest of het meeste last hebben van een buurman/buurvrouw. Ik zie bijvoorbeeld bij Johan al een enorme trek op het nest. Ik pak alle duiven van de nesten af en zet ze dan in de spoetnik en ze moeten dan naar buiten gaan, maar Johan vliegt meteeen weer naar zijn nest en is oprecht kwaad als ik hem dan weer naar buiten loods. Ik gooi hem tegenwoordig maar meteen de lucht in en vaak ploft hij dan meteen op de spoetnik en wil naar binnen. Na enig aandringen gaat hij dan toch maar trainen, maar hij is altijd weer als eerste op de klep. Ook de “112” begint met dit soort gedrag en hij begint ook erg mooi te worden al zeg ik het zelf. Reden genoeg om met vertrouwen richting de laatste trainingsweek te gaan alvorens ze naar Limoges gaan. Ik zal ze volgend weekend nog twee maal naar Middenmeer brengen en dan moet het genoeg zijn.   

Ik heb de laatste twee weken geweldige hulp van een toekomstig jonge liefhebber hier uit de buurt. Joan van 11 jaar is bijna dagelijks bij mijn duiven om me te helpen met de verzorging. Ook mist hij geen enkele zaterdag als de duiven thuiskomen. Als hij mij goed helpt het hele jaar door mogen we in december een hokje voor hem neerzetten van zijn moeder. Zou mooi zijn als we er een nieuw jeugdlid bij krijgen in het dorp. Ook sprak ik vorige week een meneer uit een dorp in de buurt die weer met duiven wilde beginnen. Hij ging een hok van acht meter plaatsen en was al druk met het inkopen van duivenspullen. Dat zijn toch bemoedigende momenten voor de duivensport in de toekomst. Nu maar hopen dat ze niet teveel columns lezen van de professionals uit het land want dan zullen ze er wel geen zin meer in hebben. Maar als je ook alleen maar in je duivenwereldje zit, krijg je toch een soort tunnelvisie en laten we diegene dan maar accepteren zoals hij is, doet hij bij ons toch ook of niet? Tot de volgende…